maandag 8 juni 2009

Fotografie Theorie


Opdracht 2

Jiska, F2


December 2008



Inleiding

Dit werkstuk gaat over de volgende aspecten binnen de fotografie: ‘foto als vorm’, ‘mens en omgeving’, en ‘absurde werkelijkheid' (werkelijkheid en fictie). Ik zal deze aspecten in bovengenoemde volgorde behandelen.
Bij elk aspect zal ik steeds eerst één hedendaagse foto behandelen, en daarna één historische foto.

Ik zal dit werkstuk eindigen met een conclusie, waarin ik opschrijf wat ik heb geleerd van het maken van dit werkstuk.

Ik hoop dat u veel plezier zult beleven aan het lezen van dit werkstuk.

Jiska




‘Foto als vorm’

Hedendaagse foto: ‘Untitled’, 2001, c-print, Fotograaf: Carla van de Puttelaar



1) Foto als vorm;
2) Keuze;

1) Foto als vorm;

Op deze foto van Carla van de Putterlaar is een vrouw zichtbaar die van achter is gefotografeerd. De rechterkant van haar gezicht is voor een deel zichtbaar, en haar haar is alleen van de onderkant een beetje zichtbaar. De twee armen van de vrouw zijn ook zichtbaar, maar haar polsen en handen niet.
Het lijkt erop dat de vrouw een jurk aanhad en die jurk aan het uittrekken is, en dat de fotograaf het moment wilde vastleggen tussen het aanhebben en uittrekken van de kleding. De foto is geënsceneerd; de foto is niet per toeval genomen en de geportretteerde is door de fotograaf neergezet op een bepaalde plek en daar gefotografeerd zoals de fotograaf het had bedacht.
Deze foto valt onder het Picturalisme omdat het een schilderachtige foto is, omdat het model poseert en omdat de fotograaf haar visie op de wereld ermee wil laten zien. Ook roept de foto gevoelens op, en is de fotograaf geïnspireerd door oude, klassieke schilders (uit de Gouden Eeuw), wat eveneens een aspect is van het Picturalisme.
Misschien zou deze foto ook bij de Straight Photography geplaatst kunnen worden, omdat de foto naast dat deze schilderachtig is, ook een haarscherpe weergave van de werkelijkheid is, al is deze werkelijkheid geënsceneerd. Het lichaam van de vrouw is weergegeven zoals het is, zonder toevoegingen, het is direct en helder gefotografeerd, zonder kunstzinnige trucs. De realiteit is in de foto te herkennen. Ook heeft de foto details, een zekere objectiviteit en een concentratie op de vorm, die esthetische waarde aan de foto geeft.
Toch zou ik de foto uiteindelijk niet onder de Straight Photography plaatsen, maar onder het eerder genoemde Picturalisme. Dit vanwege het feit dat het een geënsceneerde foto is. Het ensceneren is iets dat te ver verwijdert is van de Straight Photography om de foto daarbij te kunnen plaatsen, omdat men bij deze stroming juist probeert de werkelijkheid zo werkelijk en waarheidsgetrouw mogelijk weer te geven. Dat is een essentieel onderdeel van de Straight Photography.
Ik heb ook het idee dat deze fotograaf zichzelf meer als een autonome kunstenaar beschouwt dan als een fotograaf. Dat idee heb ik omdat het erop lijkt dat de fotograaf graag haar eigen ideeën wil uitdragen over diverse onderwerpen, en van daaruit werkt. Dat is anders dan werken vanuit een puur fotografisch oogpunt waarbij er eerst naar de werkelijkheid wordt gekeken, waar vervolgens op een bepaalde manier en op een door de fotograaf bepaalt moment, een foto van wordt gemaakt. De fotografie van Carla van de Puttelaar lijkt meer te ontstaan vanuit de fotograaf zelf, ze heeft een idee of visie die ze vervolgens in de realiteit plaatst, op een manier waarop haar visie het beste weergegeven wordt. Zoals een kunstenaar dat ook zou kunnen doen. Dit is anders dan een fotograaf die werkt vanuit de zichtbare realiteit, deze waarneemt en daarbinnen zichzelf plaatst. Ook het feit dat Carla van de Puttelaar geïnspireerd wordt door de schilderkunst, pleit voor het idee van deze fotograaf als autonome kunstenaar die de fotografie beoefent.

Als ik naar deze foto kijk, heb ik het idee dat de betekenis ervan niet eenduidig is, en ook niet zo bedoelt is. De objectieve blik van de fotograaf wordt al snel duidelijk. Dat komt onder andere doordat de foto met een technische camera gemaakt is, waardoor details zichtbaar zijn. Details die met het blote oog ook zichtbaar zouden zijn.
En het heeft te maken met het feit dat alles op de huid van de vrouw te zien is zoals het in werkelijkheid is, zoals de huid-verkleuringen rondom de ellebogen, kleine inkepingen in de huid onderin de rug van de vrouw. En de huid is qua kleur te zien zoals deze waarschijnlijk in werkelijkheid is: bleek. Geen schmink of zon(nebank)bruining om de bleekheid te verdoezelen. Het feit dat de vrouw op de foto grotendeels naakt is, geeft de objectiviteit van de foto ook extra kracht, omdat hierbij puurheid naar voren komt, zonder veroordeling over dat wat zichtbaar is, of weergegeven wordt. De naaktheid geeft meer objectivisme dan als de vrouw kleding aan had gehad, want kleding zou iets vertellen over de vrouw of de fotograaf.
Het getoonde lichaam wordt niet mooier gemaakt dan het is, maar ook niet lelijker. De vorm, de huid en het getoonde vrouwelijke lichaam worden weergegeven zoals deze zijn.
Toch worden er ook subjectieve dingen verteld in de foto. Het feit dat de vrouw, haar huid, haar vormen worden weergegeven zoals deze zijn, laat zien dat de fotograaf respect heeft voor de vorm zoals deze is en voor de vrouw die gefotografeerd is. En voor de vrouw en ‘de vrouwelijke vormen’ in het algemeen. Door de objectieve blik blijft de vrouw in haar waarde, er wordt niet beledigd of gekwetst.
De fotograaf laat door deze objectieve blik ook de schoonheid zien van de vrouw en de vrouwelijke vormen. Ze geeft de puurheid weer van de vrouw en het vrouwelijk lichaam, zonder dat er iets aan de vrouw veranderd is. Ze laat dus zien dat deze vrouw en ‘de vrouw’ in het algemeen, mooi is/zijn zoals zij is/zijn. Dat er niets nodig is behalve objectivisme om deze schoonheid te kunnen zien en te kunnen laten zien.

Misschien wil de fotograaf ook iets zeggen over hoe er tegenwoordig in de beeldcultuur wordt omgegaan met het lichaam van de vrouw en over het (gemis van) respect van de vrouw zelf voor haar eigen lichaam. Het zou kunnen dat de fotograaf wil zeggen dat er tegenwoordig zoveel van de vrouw wordt gemaakt en verwacht (gemaakt tot lustobject en de verwachting van perfectie van het lichaam), dat er te weinig wordt gekeken naar wie de vrouw werkelijk is, zonder verwachting en vervorming.
Ook vind ik dat de vrouw op de foto als een krachtig mens naar voren word gebracht. Dat komt doordat de vrouw bijna beeldvullend is in de foto, wat haar iets 'groots'
geeft. Dit zou iets kunnen zeggen over de kracht van de vrouw in het algemeen. Ik denk niet dat het specifiek over de gefotografeerde vrouw gaat, omdat er weinig van de identiteit van deze vrouw zichtbaar wordt (omdat haar hoofd slechts voor een klein deel word getoond, en vooral haar lichaam hoofdonderwerp is).
De vrouwelijke vorm wordt op de foto ook benadrukt doordat de vorm van het vrouwelijke lichaam los staat van de omgeving. De omgeving is zwart waardoor de contouren van het lichaam duidelijk zichtbaar worden. Duidelijker dan wanneer de achtergrond bijvoorbeeld wit zou zijn of als er voorwerpen zichtbaar zouden zijn (dan zou het lichaam van de vrouw ook minder het onderwerp van de foto zijn).

Keuze;

Ik heb voor deze foto gekozen omdat de foto mij erg aansprak en het onderwerp ‘vorm’ in deze foto erg sterk naar voren kwam. Ook vind ik het interessant dat de fotograaf analoog werkt en op een autonome manier de fotografie bedrijft.
Ook de puurheid en het onderwerp van de foto spreken mij aan. Ik vind het een vernieuwende foto omdat het vrouwelijk lichaam op een andere manier dan gebruikelijk wordt weergegeven; puur, zonder het ‘mooier ’of ‘perfecter’ te maken, en zonder pretenties iets anders te zijn dan het is.

Historische foto: ‘The hand of man’, 1902, fotograaf: Alfred Stieglitz


















1) Foto als vorm;
2) Keuze;

1) Foto als vorm;

Alfred Stieglitz leidde de Picturalistische beweging binnen de fotografie. Fotografie werd eerder niet altijd als kunstvorm beschouwd, het werd als een wetenschap gezien en Stieglitz stelde dat fotografie wel degelijk een kunstvorm kon zijn. Hij wilde de camera gebruiken als een gereedschap om kunst te creëren, zoals de schilder een kwast gebruikt om te schilderen.
Op deze historische foto van Alfred Stieglitz is een stoomtrein te zien met daaromheen industriële gebouwen. Er is aan de onderkant van de foto veel rails te zien, aan de bovenkant de stoom die uit de trein komt en bewolking erboven.
Op deze foto zijn soft-focus effecten gebruikt, waardoor een romantische sfeer ontstaat. Door deze opgeroepen romantische sfeer, ontstaat naar mijn idee ook het schilderachtige van de foto.
De fotograaf wilde bij deze foto geen haarscherpe weergave van de werkelijkheid proberen te maken, maar wilde het volgens mij juist op een schilderij laten lijken. Zo gebruikt de fotograaf zijn camera als een kwast. De foto is geen vorm van wetenschap bedrijven, de werkelijkheid wordt niet objectief weergegeven, maar het krijgt een subjectieve waarde. Dat komt denk ik door de esthetiek van de foto. Ik vind de foto esthetisch door de aandacht voor de vormen van het stoom dat uit de trein komt, door de bewolking erboven die zichtbaar word (alsof het stoom en de lucht met elkaar communiceren in vormentaal) en doordat de rails en de industrie niet door scherpte maar door vormen zichtbaar worden.
Ook het feit dat de foto diepte heeft (doordat de foto vanaf een laag perspectief is genomen, en door de lijnen van de rails, en doordat de stoomtrein in de verte aan komt rijden) geeft het een schilderachtige indruk.

2) Keuze;

Toen ik deze foto presenteerde voor de klas, merkte ik dat ik begon te twijfelen of deze wel als ‘foto als vorm’ te presenteren viel. Ik heb nog getwijfeld of ik niet toch een andere historische foto moest kiezen voor in dit werkstuk, maar ik ben toch bij mijn keuze gebleven. Ik ben bij deze keuze gebleven omdat ik toch vind dat het schilderachtige aspect van de foto zichtbaar is, en dat de vorm wel degelijk van belang is, al is het minder duidelijk zichtbaar dan bij mijn hedendaagse ‘foto als vorm’.
Ik wilde graag een foto van Alfred Stieglitz gebruiken, omdat ik het waardeer dat hij de fotografie is gaan profileren als kunstvorm, en daarmee de fotografie een belangrijke ontwikkeling heeft laten doormaken.


‘Mens en omgeving’

Hedendaagse foto: Sushma Prasad, assistent-clerk at the Cabinet Secretary of Bihar, India, Fotograaf: Jan Banning





















1) Mens en omgeving;
2) Keuze;

1) Mens en omgeving;

Deze foto is een onderdeel van een grote fotoreportage van fotograaf Jan Banning die met publicist Will Tinnemans tussen 2003 en 2007 naar Bolivia, China, Frankrijk, India, Jemen, Liberia, Rusland en de Verenigde Staten reisde om ambtenaren achter hun bureau te portretteren.
De foto’s die tijdens deze reis gemaakt zijn, zijn momenteel te zien in de Kunsthal in Rotterdam. De portretten geven een beeld van de ambtenarij in verschillende staatsvormen.
De foto op de vorige pagina is gemaakt in India. Op de foto is een vrouwelijke ambtenaar te zien achter haar bureau. Daarachter staan vier kasten waarvan er drie in het geheel zichtbaar zijn en één voor de helft. Op de kast en op de tafel links van haar bureau liggen stapels dossiers, die er oud, vergeeld en niet erg geordend uit zien. De enige orde die er bij de dossiers te zien is, is het feit dat ze gebundeld zijn; er zitten touwtjes om de stapels heen. Er is daar waarschijnlijk geen geld voor computers, dus moeten dossiers allemaal op papier bewaard blijven.
Het bureau van de vrouw ziet er net als de dossiers achter haar, vrij oud uit, het blauwe plastic dat op het bureaublad zit is aan het loslaten en er zitten scheuren in. Op het bureau liggen twee dossiers (die niet oud en vergeeld zijn), een pen en een bril.
De vrouw die geportretteerd is, kijkt in de camera, en zij is ongeveer in het midden geplaatst. Ondanks dat zij in het midden van de foto is geplaatst, wordt ook de omgeving belangrijk in de foto. De foto gaat over de vrouw, de vrouw in de positie van ambtenaar, en over de omgeving waarin zij verkeerd. In de context van de rest van de fotoserie, waarin ook andere ambtenaren uit andere landen worden getoond, wordt ook duidelijk dat het gaat over het land waarin zij haar ambt uitoefent en hoe dit land zijn bureaucratische orde (al dan niet) handhaaft.
Door het bijschrift en de titel van de foto wordt ook duidelijk wie de vrouw is, wat haar functie is, en waar zij die functie uitoefent. Toch wordt er niet veel over de persoonlijkheid van de vrouw duidelijk. Het wordt duidelijk wat haar naam en functie is, en waar ze werkt, maar als ik de foto zie, weet ik verder niet veel over haar. Door de manier waarop ze op de foto kijkt, lijkt het alsof het een beetje een strenge vrouw is, ik vermoed van het type ‘streng doch rechtvaardig’. Ze straalt ook autoriteit uit, en het lijkt erop dat ze graag zo snel mogelijk weer aan het werk wil. Dat denk ik te zien doordat ze met de ringvinger en de middelvinger van haar rechterhand alweer haar bril wil gaan pakken die op haar bureau ligt. En het lijkt mij dat ze die bril nodig heeft om haar dossiers te kunnen lezen, en dus om aan het werk te gaan.
De stapels dossiers achter haar en naast haar zijn tekenend voor het land India en de staat waarin het verkeert. India is de grootste democratie van de wereld, veel inwoners, dus veel dossiers, en waarschijnlijk moeten dossiers ongeveer twintig jaar bewaard worden voordat ze vernietigd mogen worden, vandaar de vergeling.
Als ik naar deze foto kijk, krijg ik het idee dat de bureaucratie van India een vreselijke puinhoop is en dat het zowel voor de ambtenaren die erin werkzaam zijn, als voor de inwoners die er gebruik van maken, een hopeloze aangelegenheid is. Ik krijg het idee dat als ik inwoner zou zijn van India, en ik zou iets nodig hebben van een ambtenaar, ik steeds van het kastje naar de muur gestuurd zal worden en ik als inwoner alleen maar machteloos kan toezien hoe ontregeld de regels worden uitgevoerd. Ik zie voor me hoe mijn dossier verwisseld wordt voor dat van een ander, er stukken uit kwijt geraakt zijn, of het niet eens meer te vinden is.
Als ik de ambtenaar zou zijn die werkzaam was in deze bureaucratie, dan zou ik mijn werk waarschijnlijk ook niet erg leuk vinden, omdat het werk zo ongestructureerd overkomt op de foto. Toch vermoed ik dat ambtenaar zijn in India wel een respectabele baan is, omdat de vrouw op de foto geen schaamte laat zien maar autoriteit uitstraalt, en omdat India een arm land is, waarvan ik denk dat het al heel prettig is als je er een betaalde baan hebt. De vrouw op de foto lijkt ook niet in de war of zich te vervelen, ze lijkt juist precies te weten wat ze aan het doen is. Haar bureau is best opgeruimd en zij en haar bureau vormen daarmee eigenlijk een contrast met haar omgeving. Als haar bureau ook nog vol zou liggen met dossiers, dan zou er helemaal geen hoop meer zijn voor de bureaucratie van India. Maar omdat zij wel lijkt te weten wat zij aan het doen is, lijkt er toch structuur te bestaan en is het misschien allemaal zo erg nog niet gesteld met de Indiase bureaucratie.
De vrouw op de foto is volgens mij een echte Indiase vrouw en op een typisch Indiase manier gekleed, en ook dat maakt duidelijk dat het op de foto niet alleen over een ambtenaar gaat, maar ook over de ambtenaar zelf, de staatsvorm, en het land en de manier waarop dat land zijn bureaucratie heeft ingericht.
Het gaat over hoe de ambtenarij is ingericht en zijn werk doet, wie zo’n ambtenaar is, wat deze uitstraalt en in wat voor omgeving de ambtenaar in kwestie haar werk doet. En dat zegt iets over het land zelf. Het gaat hier dus over mens en omgeving, die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en elkaar beïnvloeden.

2) Keuze;

Ik heb voor deze foto gekozen omdat ik me aangetrokken voelde tot de fotoserie ‘Bureaucratica’ van Jan Banning, die ik onlangs in de Kunsthal heb gezien. Ik heb voor deze foto specifiek gekozen omdat deze zo tekenend is voor het land waar het gefotografeerd is, en omdat ik het een komische foto vind. Dat komt ook door het contrast van de serieus kijkende vrouw en de enorme stapels papierwerk achter haar, zoals je die eigenlijk alleen in stripverhalen tegenkomt (ik in ieder geval).

Historische foto: uit de serie ‘Amsterdam’, fotograaf: Ed van der Elsken



















1) Mens en omgeving;
2) Keuze;

1) Mens en omgeving;

Op deze foto is een vrouw te zien waarvan ik denk dat ze in de twintig is, en een man, ook van in de twintig, denk ik. Ik weet helaas niet in welk jaar deze foto is gemaakt. De vrouw heeft een nogal bijzonder kapsel, terwijl de man juist een heel net en normaal kapsel heeft. Dit vormt een interessant contrast. Het lijkt erop dat de twee een relatie hebben. Dit omdat ze niet ver van elkaar afstaan en de man lijkt in de gaten te houden wat er met de vrouw gebeurt. De vrouw komt sympathiek over. Ook lijkt ze mij een rustig persoon met een zachtaardig karakter. Dat maakt het extra bijzonder dat zij zo’n uitbundig kapsel heeft. Ik vind het apart dat de vrouw haar jas zo ver dicht heeft geknoopt, terwijl haar haar zo uitbundig is; het lijkt net alsof dat niet bij elkaar hoort. Naar mijn idee hoorde er op die jas een ander hoofd te zitten.

Waarschijnlijk waren dit soort kapsels in die tijd de mode. Ik vermoed dat de foto in de jaren vijftig is gemaakt, omdat er toen veel kapsels waren voor vrouwen waarbij het haar omhoog gestoken werd en met haarlak ‘vastgezet’. Omdat de foto in Amsterdam gemaakt is, is het ook logisch dat dit een trendy kapsel is, aangezien Amsterdam de hoofdstad is, waar men er vaak volgens de laatste mode bijliep. In een dorp rond dezelfde tijd zouden er denk ik andere foto’s gemaakt zijn, ook omdat het verschil tussen dorp en stad in die tijd groter was dan die anno nu is.
De twee personen staan op deze foto centraal, van de omgeving is niet veel te zien. Het is wel duidelijk dat de foto op straat is gemaakt, wat Ed van der Elsken vaker deed. De foto heeft ook de spontaniteit van de straatfotografie van Ed van der Elsken.
Het is goed te zien dat de foto in de stad is genomen, omdat de vrouw er voor die tijd trendy uitziet, maar ook door de hoge gebouwen op de achtergrond.


1) Keuze;

Ik heb weer lang moeten zoeken naar een historische foto. Ik wilde graag een foto gebruiken van Ed van der Elsken, maar het was moeilijk een foto te vinden die een goed formaat had en het was ook moeilijk om informatie over de foto’s te vinden.
Vaak staan op website’s wel foto’s maar geen verdere omschrijving.
Ik vind Ed van der Elsken een interessante fotograaf omdat hij tijdsbeelden laat zien, mensen zoals zij zijn, en ik vind de spontaniteit van de foto’s aantrekkelijk.



Absurde werkelijkheid

Hedendaagse foto: Titel onbekend, fotograaf: Hellen van Meene













1) Absurde werkelijkheid;
2) Keuze;

1) Absurde werkelijkheid (werkelijkheid en fictie);

Op deze foto is een jong meisje te zien met rood haar en een chique blauwe jurk aan. Het meisje staat ongeveer halverwege een trap en haar ogen zijn niet goed te zien. Er is een lichtinval waardoor er licht op de trap schijnt en op het meisje. De rest van de omgeving is donkerder.
De foto is geënsceneerd en heeft op mij een vervreemdende werking. Het lijkt net alsof er een foto uit een sprookje is genomen. De foto komt irreëel over en ik heb geen idee waar de foto over gaat, behalve dan de sprookjes associatie.
Het meisje komt op mij over alsof ze niet uit deze wereld komt, of niet in deze wereld wil zijn. Haar jurk die niet bij haar leeftijd past, haar rode haar, en de serene omgeving, ondersteunen het idee dat ze niet uit deze wereld lijkt te komen. Het idee dat ze misschien niet in deze wereld wil zijn, krijg ik doordat ik haar niet echt te zien krijg; niet in haar ogen kan kijken. Ze blijft op een afstand, ook letterlijk, omdat ze niet van dichtbij gefotografeerd is.
Misschien wil de fotograaf laten zien dat meisjes in de puberteit (ik denk dat het meisje op de foto 15/16 is), erg in hun eigen (fantasie/sprookjes) wereld leven, en dat zij niet helemaal in de wereld staan. Ook omdat zij nog tussen jeugd en volwassenheid inzitten. Dat kan emotioneel zoveel verwarring veroorzaken dat pubers zich soms in hun eigen wereld terugtrekken.
Misschien wil de fotograaf ook iets zeggen over de ontluikende vrouwelijkheid van meisjes op deze leeftijd, doordat het meisje gefotografeerd is in kleding die niet bij haar leeftijd past; de jurk heeft meer volwassenheid dan zij zelf waarschijnlijk.
De lichtinval staat misschien voor de toekomst van het meisje, of de buitenwereld die op haar wacht. Misschien bevindt haar slaapkamer zich aan de bovenkant van de trap, en is zij op de weg naar beneden, het ouderlijk huis verlatend, de wereld en de toekomst tegemoet.
Ik vind dat de foto ook iets onheilspellends heeft, omdat het zo donker is om het meisje heen. En omdat zij serieus kijkt, en het zo’n verstilde foto is. Net alsof iets haar weerhoudt om verder te mogen/kunnen gaan. Ook het feit dat er niet duidelijk is wat er precies achter haar is, maar ook niet voor haar (als ze de trap af zal komen). Misschien wil de fotograaf hiermee de onzekerheid laten zien van de levensfase waarin het meisje verkeerd, omdat de puberteit vaak een zoektocht naar identiteit is. Wie was ik, wie ben ik, en wie zal ik zijn?

Het meisje is een echt mens en de omgeving is ook echt, maar toch is het geheel geen reële weergave van de werkelijkheid. Er is een nieuwe werkelijkheid geschapen binnen de werkelijkheid. Hierdoor kan de fotograaf haar eigen werkelijkheid creëren, en zo overbrengen hoe zij naar de werkelijkheid kijkt, of juist wat er in haar fantasie gebeurt.
Ik kan geen directe aanleiding vinden om deze foto met een specifiek sprookje te verbinden, maar met een beetje fantasie zou het over Roodkapje kunnen gaan, omdat het meisje rood haar heeft, en omdat ze op weg lijkt te gaan, de wijde wereld in.

3) Keuze;

Mijn keuze voor deze foto was snel gemaakt, omdat de foto mij aansprak. Ik vind de foto aan de ene kant toegankelijk en aan de andere kant niet. Toen ik de foto voor de eerste keer zag, was mij meteen duidelijk wat de foto voorstelde, letterlijk, maar qua inhoud is de foto minder toegankelijk, en dat geeft een soort spanning die ik interessant vind.
Ook spreekt het esthetische, de schoonheid van de foto zelf, mij aan, en het onderwerp.


Historische foto: Titel onbekend, fotograaf: Guy Bourdin



1) Absurde werkelijkheid (werkelijkheid en fictie);
2) Keuze;

1) Absurde werkelijkheid;

De fotograaf, Guy Bourdin, leefde van 1982 tot 1991, het is mij echter niet duidelijk wanneer deze foto gemaakt is.
Op deze foto zijn op de voorgrond twee liggende vrouwen te zien. Zij liggen op wat bergjes zand. De liggende vrouw rechts heeft zwart-wit gekleurde hakken aan, en de andere vrouw, links, heeft witte hakken aan. Op beide vrouwen ligt een krant, waardoor het bovenste gedeelte van hun lichaam niet zichtbaar is. Achter de bergjes met zand staat een telefooncel. In die telefooncel staat een vrouw te telefoneren die een nogal dramatische pose aanneemt. Zij komt op mij wanhopig over. Ze heeft blond krullend haar dat omhoog staat. De vrouw draagt verder volgens mij leren kleding die niet erg verhullend is.
De vrouw in de telefooncel ziet eruit als iemand uit de punkscene. Dit geeft het vermoeden dat deze foto eind jaren zeventig of begin jaren tachtig is gemaakt. De foto had ook goed in deze tijd (nu) gemaakt kunnen zijn, omdat het iets tijdloos heeft, en omdat veel modetrends steeds weer terugkeren.
De foto is geënsceneerd en bedoelt als modefoto. Toch staat de mode er niet centraal in, maar juist het tafereel en de dramatiek in de foto staat centraal. De foto komt ook vervreemdend over omdat het totaal onduidelijk is waarom de twee vrouwen daar op die zandbergjes liggen, met een krant over zich heen, en wat er precies aan de hand is met de vrouw in de telefooncel. De donkere bomen achter het hele tafereel, geven de foto ook iets onheilspellends. De foto lijkt ’s avonds genomen omdat de lucht vrij donker is. Ik weet alleen niet of het blauw dat ik bovenin de foto zie, wel echt lucht is. Het zou ook de zee kunnen zijn. Als dat zo is, dan is het nog vrij donker op de foto, de telefooncel wordt wel goed verlicht, evenals de benen van de vrouwen, en de zandbergjes waar ze op liggen. De rest is vrij donker.
Misschien zijn de twee vrouwen die op de voorgrond liggen wel vermoord en is de vrouw in de telefooncel daarom in paniek.
De foto is absurd en heeft weinig te maken met de werkelijkheid zoals deze is. Het is meer de fantasie van de fotograaf die verbeeld wordt. De foto zou ook een scene uit een film kunnen verbeelden. Dat zou betekenen dat de fictieve werkelijkheid uit de film in de werkelijkheid is nagebouwd hetgeen resulteert in een fictieve weergave van de (fictieve) werkelijkheid uit de film.

2) Keuze;

Ik heb voor een foto van Guy Bourdin gekozen omdat er in zijn foto’s vaak sprake is van een fictieve werkelijkheid, en die fictieve werkelijkheid is geplaatst binnen de werkelijkheid. Dat vind ik interessant aan zijn foto’s. Ik vind het ook interessant dat het in zijn modefoto’s niet per se over mode gaat, maar over dat wat hij als fotograaf wil uitbeelden.


Conclusie

Wat ik geleerd heb van het maken van deze opdracht, is om op een andere manier naar foto’s te kijken, door ernaar te kijken met de verschillende aspecten die in dit werkstuk aan bod kwamen.
Hierdoor kon ik meer ontdekken aan de behandelde foto’s, dan ik had kunnen ontdekken als ik naar de foto’s had gekeken, zonder rekening te houden met de verschillende aspecten.
Ik kon ook meer ontdekken aan de foto’s doordat ik erover moest schrijven, waardoor ik gedwongen werd na te denken over hoe ik iets benoem en hoe ik iets wel of niet duidelijk maak voor anderen.
Ik vond het af en toe moeilijk om een passende foto te vinden voor de verschillende aspecten van dit werkstuk. Ik heb vooral op internet gezocht en het werd bij deze foto’s niet altijd duidelijk wat de titel van de foto was en wanneer deze gemaakt was. Bij een volgende opdracht zal ik waarschijnlijk meer foto’s uit boeken gaan halen in plaats van via internet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten